Aan de slag met WEii: wat je eerst op orde brengt

Home | Aan de slag met WEii: wat je eerst op orde brengt

De rekensom achter WEii past op één regel. Toch strandt een eerste poging zelden op de formule. Hij strandt op de data eronder: een ontbrekend oppervlak, een meetreeks met gaten, een pand op een warmtenet dat niemand had meegeteld.

Eén voorwaarde vooraf, want die bepaalt of je nu kunt beginnen. Je hebt meetdata nodig over een volledig afgesloten kalenderjaar. Halve jaren, lopende jaren of losse maanden leveren een getal op dat je niet kunt gebruiken. Heb je 2025 compleet, dan kun je aan de slag.

Wat WEii is in het kort

WEii staat voor Werkelijke Energie-intensiteit indicator. Je telt alle energie op die een gebouw in een jaar verbruikt, rekent die om naar kWh en deelt door het gebruiksoppervlak. Je houdt één getal over: kWh per m² per jaar.

Het WEii-protocol v3.1 schrijft de omrekenfactoren voor. Aardgas 9,78 kWh per m³. Elektriciteit 1 kWh per kWh. Warmte 278 kWh per GJ en koude ook 278 kWh per GJ. Vaste biomassa 4,19 kWh per kg.

Die uitkomst leg je naast de norm die bij de gebouwfunctie hoort. Voor een kantoor is de Paris Proof-norm 70 kWh/m² per jaar. Voor een sporthal ook 70. Voor een zwembad 210. Daarna valt het gebouw in een WEii-klasse. Van zuinig naar onzuinig: WENG, Paris Proof, Zeer zuinig, Zuinig, Gemiddeld, Onzuinig en Zeer onzuinig.

Wil je de indicator en de score per gebouw uitgebreider uitgelegd zien? Dat staat op onze pagina over WEii.

Waarom je hier nu tijd voor moet maken

Het reductiepad van weii.nl loopt via WEii-klasse Zuinig in 2025 en Zeer Zuinig in 2030 naar Paris Proof in 2040. Het ijkmoment 2030 is over vier jaar.

Vier jaar klinkt ruim. Voor gebouwen is het dat niet. Een pand dat nu Onzuinig scoort, komt niet in één ledronde bij Zeer Zuinig uit. Je hebt een installatie-ingreep nodig, vaak aan de schil, en meestal over meerdere begrotingsjaren verdeeld. Die begrotingen schrijf je nu.

Daar komt bij dat je zonder score niet kunt prioriteren. Met een score per gebouw verandert de discussie. Niet meer “we moeten verduurzamen”, maar “deze vier panden zitten het verst van hun norm en die pakken we eerst”.

Zo ga je ermee aan de slag

Zes stappen. De eerste vijf gaan over data, de zesde over rekenen. Die volgorde is geen formaliteit.

1. Breng in kaart welke gebouwen je hebt en welke energiestromen erop zitten.

Loop je vastgoedlijst langs en noteer per gebouw alle stromen: gas, elektriciteit, warmte en koude. Panden op een warmtenet worden hierbij het vaakst vergeten, omdat ze geen gasaansluiting hebben en dus makkelijk uit een gasoverzicht vallen. Sla je die stroom over, dan telt het gebouw als extreem zuinig terwijl het gewoon warmte afneemt. Je krijgt een score die te mooi is om waar te zijn, en die haalt je hele ranglijst onderuit.

2. Controleer het gebruiksoppervlak per gebouw.

Zonder oppervlak is er geen score, want het is de deler in de formule. Erger is een oppervlak dat er wél staat maar niet klopt. Een pand dat is uitgebreid, een oppervlak uit een oude taxatie, of een BVO waar een gebruiksoppervlak hoort: allemaal leveren ze een getal op dat er geloofwaardig uitziet en toch fout is. Leg je bron per gebouw vast, zodat je later kunt terugzoeken waar het cijfer vandaan komt.

3. Controleer je meetreeksen op gaten.

Je hebt twaalf aaneengesloten maanden nodig per stroom. Let vooral op panden die halverwege het jaar zijn aangesloten, op meters die na een storing opnieuw begonnen te tellen, en op nieuwe aansluitingen die pas in het najaar gingen lopen. Een reeks met een gat van drie maanden geeft een score die een kwart te laag is. Zet die gebouwen apart in plaats van ze mee te rekenen.

4. Controleer je energielabels.

Drie dingen gaan hier mis. Een label ontbreekt, een label is verlopen, of een label bestaat wel in het landelijke register EP-online maar staat niet in je eigen systeem. Dat laatste kost je onnodig werk, want het label is er gewoon. Loop EP-online na voordat je nieuwe labels laat opnemen.

5. Bepaal per gebouw de juiste gebouwfunctie.

De functie bepaalt de norm waaraan je toetst. Een multifunctioneel pand met kantoor, sporthal en horeca onder één dak dwingt je tot een keuze. Kies je de verkeerde functie, dan vergelijk je met de verkeerde norm en kan een gebouw ten onrechte als probleem of juist als voorbeeld uit de bus komen. Leg je keuze en je motivatie vast, ook voor de gesprekken erna.

6. Reken pas daarna, en zet de portefeuille op volgorde.

Nu heeft de rekensom zin. Bereken de score per gebouw, zet ze op volgorde van afstand tot de norm, en markeer expliciet welke gebouwen onbetrouwbaar zijn gemeten. Die scheiding is belangrijk. Een ranglijst waarin een half-gemeten pand bovenaan staat, verliest bij de eerste kritische vraag zijn gezag.

Wat een eerste ronde meestal oplevert

Ter illustratie een fictief testrapport met fictieve data, van de niet-bestaande Gemeente Reilo. Vijftien gebouwen, twaalf met meetdata over 2025, samen ongeveer 14.000 m².

Van de tien betrouwbaar gemeten gebouwen haalt er één de norm. Gemiddeld zit de portefeuille op 217 procent van de norm. Van de twaalf gemeten gebouwen missen er vier een energielabel, staat één label alleen in EP-online en is één label verlopen. Zwembad Het Getij heeft geen gasaansluiting en een warmte-aansluiting die nog niet wordt gemonitord.

Dat laatste geval is precies stap 1. Het zwembad lijkt op papier het zuinigste gebouw van de portefeuille, en is het in werkelijkheid niet. Reken erop dat je zoiets ook tegenkomt.

Waar je mee start

Pak je vastgoedlijst en zet er drie kolommen naast: energiestromen, gebruiksoppervlak en gebouwfunctie. Vul die in voor je grootste tien gebouwen. Dat kost een ochtend en het laat direct zien hoe compleet je beeld werkelijk is.

Voor tien gebouwen kost deze inventarisatie een ochtend. Voor veertig is het een project, en dan is de vraag niet óf het kan maar wie het bijhoudt.

Wil je eerst lezen hoe de WEii-score wordt berekend en wat de klassen betekenen kijk dan op de productpagina.

Begin vandaag met grip op jouw energie met de WEii Rapportage.

Loop je vast op het aantal gebouwen of op de meetreeksen?

Plan een gesprek over de WEii-portfolioanalyse.over welk deel van je portefeuille de rapportage gaat.

Andere relevante artikelen