Energielabel of werkelijk verbruik: wat zegt WEii?
Je hebt de WEii-scores van je portefeuille op een rij. Dan komt de vraag hoe die zich verhouden tot de energielabels die al in je systeem staan. Die twee lopen uiteen, en dat is geen fout. Een label rekent. Een meter meet. In aan de slag met WEii lees je hoe je de analyse opzet. Hier gaat het over wat je met de uitkomst doet.

Elk gebouw een getal in kWh per vierkante meter per jaar, netjes van hoog naar laag, met een WEii-klasse erbij. Die klassen lopen van WENG en Paris Proof via Zeer zuinig, Zuinig en Gemiddeld naar Onzuinig en Zeer onzuinig. Dat voelt af. Dat is het niet.
Een ranglijst is een momentopname. Hij zegt niets over hoe zeker je van een getal mag zijn. WEii rekent over een afgesloten kalenderjaar. Een gebouw met elf van de twaalf gemeten maanden staat er net zo hard in als een compleet gemeten gebouw. Op de lijst zie je dat verschil niet. In je besluit merk je het wel.
Daarom hoort bij elke score een tweede kolom: hoe compleet is de meetreeks. Ontbreekt er een maand, dan is het getal een indicatie en geen uitkomst. Zet die betrouwbaarheid ernaast voordat je prioriteert. Anders vergelijk je twee getallen die niet hetzelfde waard zijn.
Waarom een label en een meter uiteenlopen
Dit is de kern van het verhaal. Een energielabel is een berekening op gebouwkenmerken: isolatie, installaties, oppervlak. Het gebruik van het gebouw zit erin als gestandaardiseerde aanname, niet als meting.
WEii doet iets anders. WEii rekent met wat er werkelijk door de meter gaat: gas, elektriciteit, warmte en koude, over een afgesloten kalenderjaar. Het WEii-protocol v3.1 brengt die stromen naar één eenheid. Aardgas 9,78 kWh per m3, elektriciteit 1 kWh per kWh, warmte 278 kWh per GJ, koude 278 kWh per GJ, vaste biomassa 4,19 kWh per kg. Daarna deel je door het oppervlak.
Twee methodes, twee vragen. Het label vraagt hoe het gebouw is gebouwd. WEii vraagt wat het gebouw doet.
Vier oorzaken van het verschil:
- Gebruik. Openingstijden, bezettingsgraad en activiteiten die het label niet kent.
- Installatie en regeling. Een instelling die verkeerd staat. Ventilatie die doordraait buiten gebruikstijd.
- Functies die er later bij kwamen. Een serverruimte. Laadpalen.
- De leeftijd van het label zelf. Opgesteld voor een verbouwing, of inmiddels verlopen.
Wat betekent dat voor je begroting? Een label-gedreven volgorde kan je budget op het verkeerde gebouw zetten. Een gebouw met een goed label kan in de praktijk veel verbruiken. En een gebouw met een matig label kan meevallen. Of dat in jouw portefeuille speelt, weet je pas als je beide getallen naast elkaar legt. Dat is het punt: je volgorde blijft een aanname tot je hem toetst aan de meter.
De labeladministratie zelf
Dan de administratie eromheen. Daar zitten drie terugkerende gaten.
Labels ontbreken. Voor een deel van je gebouwen is er simpelweg geen geregistreerd label. Labels verlopen. Een label heeft een geldigheidsduur, en een verlopen label is geen basis voor een besluit. En een label kan wel in het landelijke energielabelregister EP-online staan, maar niet in jouw eigen systeem. Dan lijkt het te ontbreken terwijl het bestaat.
Daarom één praktische stap vooraf. Loop EP-online na voordat je nieuwe labels laat opstellen. Je weet dan welk gat echt een gat is, en welk gat een registratieverschil is tussen twee systemen.
Waarom dit geen eenmalige klus is
Verbruik verschuift, dus de ranglijst verschuift mee. Meetreeksen lopen opnieuw vol met gaten. Labels verlopen. Gebouwen komen in de portefeuille en gaan eruit.
Het zwaarste argument is een ander. Zonder herhaling kun je volgend jaar niet aantonen of een ingreep heeft gewerkt. Je hebt dan één getal en geen vergelijking. En een trenduitspraak houdt alleen stand als het elk jaar dezelfde, betrouwbaar gemeten gebouwen zijn. Varieert de groep per jaar, dan meet je je eigen afbakening in plaats van je portefeuille.
Koppel dat aan het reductiepad. Dat loopt via WEii-klasse Zuinig in 2025 en Zeer Zuinig in 2030 naar Paris Proof in 2040 (bron: weii.nl). Paris Proof betekent per gebouwtype een andere grens: 70 kWh per vierkante meter per jaar voor een kantoor, 70 voor een sporthal, 210 voor een zwembad. Drie ijkpunten over vijftien jaar vragen een meetreeks die net zo lang meegaat, met dezelfde methode en dezelfde afbakening.
Wat Energiemissie doet voor jouw WEii rapportage
Wij rekenen protocol-conform volgens WEii v3.1, op de meetdata die al in het platform staat. Geen nieuwe uitvraag, geen parallelle administratie.
Wij maken de betrouwbaarheid per gebouw expliciet zichtbaar in plaats van die weg te laten. Je ziet per gebouw hoe compleet de meetreeks over het afgesloten kalenderjaar is.
Wij zetten het werkelijke verbruik naast het energielabel in het EnergieKompas. Twee getallen, één beeld, dus je ziet waar berekening en meting uiteenlopen.
En wij leveren de analyse opnieuw zodra er een nieuw afgesloten kalenderjaar is. Dezelfde methode, dezelfde afbakening. Dat maakt de vergelijking over de jaren houdbaar.
Wil je meer lezen over hoe de WEii-score werkt? kijk dan op de productpagina.
Begin vandaag met grip op jouw energie met de WEii Rapportage.
Wil je weten hoe je portefeuille eruitziet als je werkelijk verbruik naast het label zet?
Leg je situatie aan ons voor en we kijken samen wat je meetdata over een afgesloten kalenderjaar nu al toelaat.


